De boordlader (onboard charger) bevindt zich onder de motorkap of onderstel van het voertuig en vormt de schakel tussen het AC-laadpunt en de batterij. Het apparaat zet wisselstroom om naar gelijkstroom en regelt laadsnelheid en veiligheid. Typische vermogenssterktes liggen tussen 3,3 tot 11 kW voor standaardmodellen; sommige premium EV's hebben boordladers tot 22 kW. Dit vermogen bepaalt rechtstreeks de AC-laadsnelheid: een 11 kW-lader op een 11 kW-laadpunt vult een 60 kWh-batterij in ongeveer 5 tot 6 uur.
De grootte en vermogen van de boordlader beinvloeden voertuigprijs, gewicht en betrouwbaarheid. Een sterker apparaat laadt sneller en is flexibeler voor verschillende laadpunten, maar kost meer. Voor dagelijks gebruik thuis volstaat 3,3 tot 7,4 kW; zakengebruikers en langependulairs profiteren van 11 of 22 kW. Bij DC-laden wordt de boordlader overbrugd: gelijkstroom gaat rechtstreeks naar de batterij, dus de boordlader speelt geen rol.
In Nederland moet een boordlader volgens wettelijke normen kunnen werken met huisinstallaties en openbare laadinfrastructuur. Veilige communicatie tussen voertuig en laadpunt is cruciaal, geregeld door normen als IEC 61851. Onderhoud van de boordlader is zelden nodig; defecten zijn zeldzaam, maar reparatie vergt specialistische werkplaatsen.