Krijg je pech op de snelweg, stuur dan direct en rustig naar de vluchtstrook of, als die er niet is, zo ver mogelijk naar de rechterberm. Zet meteen je alarmlichten aan, trek je veiligheidshesje aan terwijl je nog in de auto zit en stap pas daarna uit aan de kant die van het verkeer af ligt. Loop achter de vangrail of het talud omhoog, zet de gevarendriehoek ongeveer 30 meter achter je auto en bel bij gevaar 112, of bij een gewone pechsituatie de gele SOS-paal of de Landelijke Informatielijn Rijkswaterstaat op 0800 8002.
Pech op de snelweg is een van de gevaarlijkste verkeerssituaties die je kunt meemaken, niet vanwege de storing zelf maar vanwege het langsrazende verkeer terwijl jij stilstaat. De meeste ongelukken met pechvoertuigen ontstaan doordat mensen op de rijbaan blijven staan, oversteken naar de andere kant of te laat zichtbaar zijn voor het verkeer achter hen. Een vast stappenplan voorkomt paniek en houdt je uit de gevarenzone.
Stap 1: rijd door naar de vluchtstrook
Merk je dat je auto het niet meer goed doet, probeer dan altijd nog naar de vluchtstrook te rijden, ook als de auto haperend rijdt. Stilstaan midden op de rijbaan is veel gevaarlijker dan nog een paar honderd meter doorrijden op een sputterende motor. Kies bij twijfel altijd voor de rechterkant, ook als de vluchtstrook aan die kant net niet meer bereikbaar lijkt. Is er geen vluchtstrook, zoals in sommige tunnels of op wegvakken met alleen een vangrail, blijf dan zo veel mogelijk uit de rijstrook en zet je alarmlichten meteen aan.
Kun je de vluchtstrook echt niet meer halen en sta je stil op de rijbaan, verlaat dan direct de auto langs de rechterkant en ga achter de vangrail staan. Blijf niet in de auto zitten op een rijstrook.
Stap 2: alarmlichten aan, hesje aan voor je uitstapt
Zodra je stilstaat, zet je de alarmlichten aan. Dit is verplicht en zorgt dat andere weggebruikers op tijd zien dat je auto stilstaat. Trek daarna je veiligheidshesje aan terwijl je nog in de auto zit: buiten op de vluchtstrook ben je zonder hesje nauwelijks zichtbaar voor het snelle verkeer, zeker in de schemer of bij regen. Stap pas uit als het hesje aan is en controleer via de spiegel of er geen verkeer dichtbij is.
Stap 3: verlaat de auto aan de juiste kant
Stap altijd uit aan de kant die van het verkeer af ligt, dus meestal de rechterkant richting de vangrail of het talud. Loop niet om de auto heen langs de rijbaan en steek nooit over naar de andere zijde van de weg. Loop achter de vangrail verder van de auto vandaan, het liefst het talud op, en houd kinderen en huisdieren dicht bij je.
Stap 4: zet de gevarendriehoek op de juiste afstand
Loop met de gevarendriehoek achter de vangrail of over de berm naar een punt ongeveer 30 meter achter je auto en zet hem daar goed zichtbaar neer. Dit geeft aankomend verkeer voldoende tijd om op te merken dat er iets stilstaat en tijdig af te remmen of van rijstrook te wisselen. Loop hierbij nooit over de rijbaan of tegen het verkeer in.
| Situatie | Wat je doet |
|---|---|
| Pech net op tijd de vluchtstrook gehaald | Alarmlichten aan, hesje aan, uitstappen rechts, driehoek circa 30 meter erachter |
| Pech midden op de rijbaan | Alarmlichten aan, direct uitstappen rechts, achter de vangrail wachten, 112 bellen |
| Geen vluchtstrook aanwezig | Zo dicht mogelijk bij de rand blijven, alarmlichten aan, snel achter afscherming schuilen |
Stap 5: bel de juiste hulpdienst
Is er direct gevaar, bijvoorbeeld doordat je auto niet volledig van de rijbaan af staat of er rook of vuur is, bel dan 112. Bij een gewone pechsituatie zonder acuut gevaar gebruik je de dichtstbijzijnde gele SOS-paal langs de snelweg of bel je de Landelijke Informatielijn Rijkswaterstaat via 0800 8002. Zij schakelen een bergingsbedrijf in en kunnen ook de weginspecteur waarschuwen die de situatie ter plekke afschermt. Heb je zelf een pechhulpverzekering of Wegenwachtlidmaatschap, dan kun je die organisatie ook rechtstreeks bellen.
Wachten op hulp: blijf achter de vangrail
Blijf na het plaatsen van de driehoek achter de vangrail of op het talud wachten, ver van je auto en van de rijbaan. Ga niet terug de auto in als die op de vluchtstrook staat, want een aanrijding met een stilstaand voertuig op de vluchtstrook komt helaas voor. Houd je telefoon bij de hand zodat de hulpdienst je kan bereiken en blijf zichtbaar met je hesje aan.
Leg je gevarendriehoek en hesje ergens op waar je er zonder uit te stappen bij kunt, bijvoorbeeld in het portierzak of onder de bestuurdersstoel. Zo hoef je niet eerst de kofferbak te openen op een gevaarlijke plek.
Veelgestelde vragen
Mag ik in de auto blijven zitten op de vluchtstrook?
Dat wordt afgeraden. Ga zodra het veilig kan uit de auto en wacht achter de vangrail of op het talud. Alleen bij extreem gevaarlijke weersomstandigheden buiten, zoals zwaar noodweer, kan het soms veiliger zijn om even in de auto te blijven met de gordel om.
Wat als ik geen vluchtstrook kan bereiken?
Zet dan direct de alarmlichten aan en probeer zo veel mogelijk naar de rand van de rijbaan te sturen. Verlaat de auto zo snel mogelijk aan de kant weg van het verkeer en bel 112, aangezien dit een gevaarlijke situatie is.
Moet ik altijd 30 meter lopen om de gevarendriehoek te plaatsen?
Dat is de richtlijn op de snelweg, zodat aankomend verkeer op tijd kan reageren. Voelt de situatie te onveilig om die afstand te lopen, ga dan niet onnodig risico nemen en zet de driehoek dichterbij of laat het plaatsen achterwege als je jezelf in gevaar brengt.
Kan ik zelf een sleepwagen bellen in plaats van 0800 8002?
Ja, heb je een pechhulpverzekering of ANWB-lidmaatschap, dan kun je die organisatie rechtstreeks bellen. Zonder eigen dekking is 0800 8002 de snelste weg naar hulp op de snelweg.
Wat doe ik met medepassagiers en huisdieren?
Laat iedereen uitstappen aan de kant weg van het verkeer en samen met jou achter de vangrail wachten. Houd kinderen dicht bij je en huisdieren aangelijnd, want de nabijheid van snel rijdend verkeer is ook voor hen gevaarlijk.
Direct een kenteken controleren?
Gratis APK, NAP, WOK en alle RDW-gegevens, binnen 2 seconden.