Dynamische maximumsnelheden worden op Nederlandse snelwegen weergegeven op gele elektronische borden boven het wegdek. Deze snelheidsgrenzen worden voortdurend aangepast op basis van verkeersdichtheid, weersomstandigheden (regen, mist, sneeuw) en incidenten. Tijdens drukte kunnen de limieten verlaagd worden tot 100, 80 of zelfs 50 km/u, om verkeersstroming te optimaliseren en ongevallen te voorkomen. Bij goed weer en weinig verkeer kan de limiet weer stijgen naar de standaard 130 km/u.
Bestuurders zijn verplicht zich aan de aangegeven limiet te houden. Overschrijding van een dynamische snelheidslimiet wordt net als normale snelheidsoverschrijdingen afgehandeld: met flitspalen of handhavers. Je kunt niet aanvoeren dat je de limiet niet gezien hebt of niet begreep. De tolerantie bij snelheidscontrole (meestal 3 tot 4 km/u) geldt ook voor dynamische limieten. Dit systeem is vooral ingevoerd op trajecten met veel verkeerscongestie zoals de A4 en A2 rond Amsterdam en Utrecht.
Het doel van dynamische snelheidsaanpassingen is verkeersveiligheid verbeteren, waarbij lagere snelheden in moeilijke omstandigheden helpen ongelukken te voorkomen. Het systeem maakt onderdeel uit van de Europese richtlijnen voor Intelligente Verkeersbeheersing (ITS). Chauffeurs moeten goed opletten dat zij de actuele snelheidslimiet volgen en niet automatisch de normale 130 km/u aanhouden.