Taxibedrijven kunnen gebruik maken van BPM-vrijstelling voor voertuigen die ingeschreven zijn als publieke taxi. Om voor deze vrijstelling in aanmerking te komen, moet het voertuig ingeschreven zijn in het register van de gemeente en moet het bedrijf voldoen aan alle wettelijke vereisten voor taxivervoer. De vrijstelling vermindert de initiële aankoopaarde van het voertuig aanzienlijk.
De regeling is onderdeel van het nationaal beleid om het openbaar vervoer en deelvervoer te stimuleren. Taxivoertuigen moeten voorzien zijn van specifieke kenmerken, waaronder een speciaal taxibord en vaak een taximeter, om de vrijstelling gehandhaafd te houden. Een voertuig kan echter maar eenmalig om BPM-vrijstelling verzoeken, dus een voorzichtige aankoop is belangrijk.
Zodra een voertuig niet meer gebruikt wordt als taxi, vervalt de vrijstelling en kunnen vervolgbelastingen verschuldigd worden. Het is essentieel contact op te nemen met de lokale belastingdienst voor het indienen van de aanvraag, waarbij actueel inschrijvingsbewijs en exploitatiegegevens moeten worden overgelegd.